Ik wou altijd al vliegen. Na een tegenvallende proefles in een Cessna zag ik delta’s vliegen en ging op zoek naar een school om dat te leren. Direct na het behalen van brevet 2 en een paar maanden later brevet 3 deed ik mee aan het Nederlands Kampioenschap deltavliegen (al in 1999 met een zonsverduistering op de start). Je kon daar overlandvliegen en werd naar de start gebracht. En opgehaald, waar je ook geland was. Wat wil je nog meer? Samenvliegen met andere piloten was ook heel gezellig en leerzaam. Ik had de smaak te pakken.

Er volgde een periode van wedstrijden vliegen in het Nederlandse team met vele memorabele vluchten op plekken over de hele wereld, waar je anders nooit zou komen en met een fantastisch perspectief. Een paar jaar geleden stopte ik met wedstrijdvliegen om wat meer vrij te kunnen vliegen. Dat viel echter tegen, omdat je dan alleen gaat vliegen onder ideale omstandigheden. Wel heb ik nog een paar mooie vluchten gemaakt, maar tot meer vliegen kwam het niet. Dus toch maar weer ingeschreven voor wat wedstrijden in Zuid-Duitsland en Noord-Italië. Ook daar was transport goed geregeld. Ik was een keer na een prachtige vlucht vanuit Italië geland bij het verste keerpunt in Slovenië en nog voor ik me had uitgehaakt kreeg ik al een telefoontje dat het busje er over een paar minuten zou zijn. Geweldig toch? Dat jaar vloog ik veel meer dan de voorgaande jaren bij elkaar, met prachtige vluchten en daarnaast ook nog goede wedstrijdresultaten. Ook werd ik weer uitgenodigd voor het Nederlandse team, een gemotiveerd en gezellig groepje deltapiloten.